Veneto



Veneto heeft een wijngeschiedenis in productie zowel als in handel. De oudste sporen van wijnbouw in Veneto gaan terug tot de 7e eeuw voor Christus. Maar het was wachten tot de middeleeuwen op het grote succes van de regio. Venetië als commercieel machtscentrum werd een draaischijf voor import en export van onder andere wijn, naast kruiden en voedingmiddelen.

Toen rond de 16e eeuw de hoogdagen van Venetië als handelscentrum voorbij waren, verschoof de aandacht opnieuw naar de productie van lokale wijn. Daar legde men de fundamenten van de tot op heden bekende wijnen uit de regio’s Valpolicella en Treviso.

Tegenslagen en ziektes zorgden voor eenheid en solidariteit onder de producenten, en eind 19e eeuw markeerde de oprichting van het Conegliano de Società Enologica Trevigiana en de Scuola di Viticoltura ed Enologia di Conigliano. Deze twee instituten vormen de basis van het befaamde CIRVE (Centro Interdipartimentale per la Ricerca in Viticoltura ed Enologia), waar elk jaar veel nationale en internationale wijnmakers afstuderen.

Vandaag is Veneto als wijnregio in absolute topvorm, zowel op het vlak van kwantiteit als kwaliteit. Als grootste producent in Italië zorgt de regio voor meer dan een miljard flessen wijn op jaarbasis. Dit zonder aan kwaliteit in te boeten. De Amarone della Valpolicella en de goede witte wijnen genieten erkenning in binnen- en buitenland, en ook de ‘kleinere’ wijnen zoals Bardolino of de gewone Valpolicellawijnen zijn beter dan ooit te voren.