Schuimwijnen



PROSECCO, SPUMANTE, FRIZZANTE: HET VERSCHIL

ITALIAANSE BUBBELS

Spumante d'Asti, Prosecco, Brut: dit zijn de bekendste mousserende wijnen van Italië. De ene bubbel is de andere niet. Ze komen allemaal uit een ander herkomstgebied, zijn van een andere druif gemaakt en worden op een verschillende manier geproduceerd. Daardoor hebben ze ook allemaal een andere smaak en kennen ze hun eigen harmoniërende gerechten en favoriet genietmoment. De een is geschikter als aperitief, de ander meer als dessertwijn. In Italië drinken ze de spumante overigens het hele jaar door, iets waaraan wij Belgen en Nederlanders een voorbeeld zouden kunnen nemen! Er zijn ook diverse witte en rode wijnen die licht bruisend zijn, zoals de rode Lambrusco. De kleine, fijne pareltjes in de wijn maken deze echter niet per definitie spumante. Het grootste verschil is wel de kurk die op de fles past. Bovendien heeft hij te maken met het imago niet te kunnen tippen aan de spumante. Deze kent de traditionele champagnekurk met het netje van ijzerdraad en de capsule van folie die de kurk en de flessenhals bedekt. De vino frizzante daarentegen wordt afgesloten met een kroonkurk of draaidop. Dat vereist dus heel ander openingsmateriaal.

VOOR ELK MOMENT EEN ANDERE BUBBEL

Prosecco is afkomstig van de uitlopers van de Alpen ten noorden van Venezia. Spumante d'Asti komt uit Piemonte. Daar waar de relatief droge Prosecco met name als aperitief wordt gedronken, is de wat zoetige, muskaatachtige Spumante d'Asti het meest geschikt bij desserts en gebak. De Brut daarentegen is te vergelijken met een Franse champagne en leent zich dus voor alle feestelijke gelegenheden waar bubbels zijn gewenst. De Spumante d'Asti en Prosecco worden binnen 12 maanden na de oogst gedronken; de Brut daarentegen kent een andere en langere bereidingswijze. Dit verklaart ook meteen het prijsverschil.

SPUMANTE D'ASTI

In het noordwesten van Italië, waar het Alpenmassief van Mont Blanc en Gran Paradiso overgaat in de Povlakte, ligt de regio Piemonte, wat letterlijk 'de voet van de berg' betekent. Piemonte is beroemd om zijn vele grote en bijzondere wijnen. De meeste daarvan zijn rood, zoals Barolo en Barbaresco, maar ook een bijzondere witte wijn vindt hier zijn oorsprong: de Spumante d'Asti. Spumante is Italiaans voor mousserend, de toevoeging Asti staat voor de plaatsnaam waaromheen de wijngaarden liggen. Deze hebben de ideale bodemgesteldheid voor witte muskaatdruiven. Het zijn deze druiven die de basis vormen voor de Spumante d'Asti: een lichtgele, frisse, bruisende wijn met een rijk muskaataroma, een lichte zoetheid en een tikje alcohol. In Piemonte is het een aloude gewoonte om Spumante d'Asti aan het eind van het kerstdiner te drinken, samen met een stukje Panettone, de al even traditionele, tulbandvormige kerstcake. Maar ook bij allerlei ander gebak en heel veel verschillende nagerechten doet Spumante d'Asti het prima. In vergelijking met andere dessertwijnen is Spumante d'Asti voor veel mensen een verademing, door zijn parelende frisheid, lichtheid en lage dosis alcohol (6 à 7%). Het beste komt de wijn tot zijn recht bij een temperatuur van 6 à 8 graden.


BRUT

Brut is een benaming voor een droge mousserende wijn. Het bereidingsproces is gelijk aan dat van een klassieke champagne, vandaar dat de Brut het predikaat Metodo Classico draagt. Dat wil zeggen dat er eerst een 'stille' witte wijn wordt gemaakt, die dus nog niet mousserend is. Deze belandt in flessen, waaraan later gistcellen en suiker worden toegevoegd, zodat er een gisting binnen in de fles plaatsvindt. Het koolzuur dat daarbij ontstaat kan niet ontsnappen en zo ontstaan de bubbels in de wijn. Door de zachtjes gistende flessen enkele jaren in koele kelders te laten liggen worden de bubbels heel fijn over de wijn verdeeld. Hierdoor komt de wijn bij het drinken zacht prikkelend over. De smaak is droog en intens. Veel mensen prefereren deze Italiaanse versie zelfs boven originele Champagne, omdat in Italië de druiven mooier rijpen dan in de streek waaruit de Champagne afkomstig is. Hierdoor doet de wijn voller en zachter aan.

PROSECCO

Prosecco is de ultieme Italiaanse terras- en aperitiefwijn. Je kunt in iedere bar, op elk uur wel iemand een glaasje zien drinken. Zacht bruisend, bloemig van geur, fris en een tikje zoet van smaak. De perfecte verbeelding van "La Dolce Vita". Prosecco komt voort uit het steile heuvellandschap rondom het plaatsje Conegliano, zo'n 50 kilometer pal ten noorden van Venezia. Al eeuwenlang werd hier stille witte wijn uit de Prosecco-druif gemaakt toen wijnproducent Antonio Carpenè op het idee kwam van een mousserende variant. Zijn Prosecco was een onmiddellijk succes in de elegante bars rondom de Piazza San Marco in Venezia en van daar uit volgde een snelle verspreiding over heel Italië. Prosecco is eigenlijk een DOC zoals de Franse champagne dat ook is: de wijn mag alleen de benaming Prosecco dragen, als hij gemaakt is in het Prosecco gebied in de regio Veneto. De wijn kan als vino frizzante of als spumante worden gemaakt. Het verschil zit hem in de bubbels. Spumante is de Italiaanse kwaliteitsbenaming voor een mousserende wijn die ten minste 11% alcohol bevat. Frizzante geeft aan dat de wijn half mousserend is. Deze variant bevat weinig koolzuur doordat hij zijn tweede gistingsproces niet op de fles, zoals de spumante, maar in roestvrijstalen tanks ondergaat. Doordat deze bereidingsmethode minder arbeidsintensief is, is de wijn ook goedkoper. Spumante is er in twee versies: droog en halfzoet. De laatste ontstaat door temperatuurregulaties waardoor tijdens het rijpingsproces niet alle suiker in alcohol wordt omgezet en de wijn lichtzoet blijft.

Schenk de Prosecco op een feestje, bijvoorbeeld op Capodanno, of gewoon bij het aperitief als begeleider van stuzzichini of salatini, een keur aan kleine hartige hapjes (fingerfood dus met een goed 'Nederlands' woord).