Sardegna


Sardinië, een prachtig en mysterieus eiland, dat blijft verrassen. De traditionele lokale keuken verwijst naar het onherbergzame, woeste binnenland, met gerechten als gegrild speenvarken, pane cursau en bottarga. Het Sardisch dat de oudere inwoners spreken, doet je eraan twijfelen of je wel Italiaans begrijpt. Op het gebied van wijn, ten slotte, kent dit eiland een lange traditie.

Op Sardinië werd al vanaf de bronstijd aan wijnbouw gedaan. Het is zo goed als zeker dat de vitis viniferis een autochtone inwoner is van het eiland, en er dus niet naar geïmporteerd werd. Wel hebben alle volkeren die er zich in de loop der eeuwen gevestigd hebben, hun sporen nagelaten op de wijncultuur.

Na het einde van het Byzantijnse rijk werden de vier lokale ‘giudicati’ (koningsschappen) Cagliari, Arborea, Torres en Gallura gecreëerd. Tijdens deze periode nam de wijnbouw op Sardinië een enorme vlucht. De overheersing door Spanje bracht later nieuwe druivenrassen met zich mee, waarvan de meeste tot op heden nog steeds staan aangeplant.

Hoewel de Italiaanse overheid de aanplant van nieuwe wijngaarden na de Tweede Wereldoorlog enorm gestimuleerd heeft, diende ze deze politiek vanaf de jaren tachtig te herzien, wegens het afkalven van de landbouwbudgetten en de uitbrekende wijncrisis omwille van wijnoverschotten.

De laatste dertig jaar maakte Sardinië een ware revolutie door om te komen tot de moderne wijnregio die ze nu is. De productiecijfers en het aantal domeinen zijn drastisch geslonken. Dat hoeft echter geen slechte zaak te zijn voor de regio, wel integendeel.